Geen salaris voor werknemer na ontslag op staande voet

0 Flares 0 Flares ×

18 augustus 2018
De Hoge Raad heeft op 13 juli 2018 een belangrijke uitspraak gedaan over de verplichting tot loonbetaling na een ontslag op staande voet. Het ging om het volgende.
Een werknemer van een boekdrukkerij is op 7 oktober 2015 wegens diefstal op staande voet ontslagen omdat hij zonder toestemming van zijn leidinggevende drie boeken had meegenomen. De boekdrukkerij heeft meerdere malen een memo gestuurd aan de medewerkers waarin staat dat het meenemen van boeken zonder toestemming niet wordt getolereerd en dat daarop ontslag op staande voet zal volgen.

Werknemer stapt naar de kantonrechter en verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet. Hij voert aan dat het ontslag niet terecht is omdat hij toestemming had om de boeken mee te nemen. De kantonrechter geeft de werknemer gelijk en vernietigt het ontslag waardoor hij in dienst blijft en het loon moet worden doorbetaald. Op 30 mei 2017 oordeelt het Hof in hoger beroep echter dat de werknemer terecht op staande voet is ontslagen. Het Hof kan volgens de huidige wetgeving de arbeidsovereenkomst niet beëindigen op een datum die in het verleden ligt. Daarom bepaalt het Hof dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 31 mei 2017. De vraag is of werknemer recht heeft op loonbetaling vanaf het ontslag op staande voet op 7 oktober 2015 tot 31 mei 2017. Hierover oordelen rechters verschillend. Het Hof overweegt dat de oorzaak van het niet verrichten van het werk aan werknemer is te wijten en in redelijkheid niet voor rekening van de werkgever kan komen. Daarom oordeelt het Hof dat de werknemer vanaf het ontslag op staande voet tot 31 mei 2017 geen recht heeft op loon (op grond van artikelen 7:627 en 7:628 BW). Dat is voor werkgevers een gunstige uitspraak. Het voelt niet rechtvaardig als een werknemer terecht op staande voet is ontslagen maar werkgever toch het salaris vanaf het moment van ontslag tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst moet doorbetalen.

De werknemer laat het er niet bij zitten stelt cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad schept duidelijkheid. De Hoge Raad oordeelt dat een werkgever geen loon hoeft te betalen aan de werknemer als het Hof achteraf, anders dan de kantonrechter, beslist dat een ontslag op staande voet terecht is gegeven. Het niet-werken van de werknemer na het ontslag op staande voet komt niet voor rekening van de werkgever. De loonbetaling stopt op de datum van het ontslag op staande voet. Echter de Hoge Raad maakt duidelijk dat er bijzondere omstandigheden kunnen zijn waardoor een werknemer toch recht kan hebben op (een deel van) het loon. Bijvoorbeeld indien de werknemer geen of slechts een gering verwijt kan worden gemaakt.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 LinkedIn 0 0 Flares ×