Kan de werkgever worden verplicht om een langdurig arbeidsongeschikte werknemer te ontslaan?

0 Flares 0 Flares ×

16 april 2019
Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in 2015 moeten werkgevers aan een werknemer die na twee jaar arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen een transitievergoeding betalen. Vóór de WWZ kon in zo’n geval worden opgezegd zonder dat een vergoeding verschuldigd was. Veel werkgevers in het MKB vinden deze wetswijziging onrechtvaardig. Werkgevers zijn al gehouden om tijdens ziekte twee jaar lang het loon door te betalen en zij moeten ook kosten maken voor de reïntegratie van de werknemer. Als dan ook nog de transitievergoeding moet worden betaald dan wordt het ontslag van een arbeidsongeschikte werknemer wel erg duur. Zieke werknemers worden hierdoor vaak, zonder loonbetaling, in dienst gehouden.

Met de nieuwe Wet Compensatie Transitievergoeding, die op 1 april 2020 in werking treedt, wil de regering de drempels wegnemen voor het beëindigen van deze “slapende dienstverbanden”. Vanaf 1 april 2020 kunnen werkgevers een compensatie aanvragen voor de transitievergoeding die is betaald aan een werknemer die na twee jaar ziekte is ontslagen. De compensatie kan niet meer bedragen dan de hoogte van de transitievergoeding waarop de werknemer recht had op het moment dat de loondoorbetalingsplicht eindigde. Ook mag de compensatie niet hoger zijn dan het bedrag aan loon dat tijdens ziekte is doorbetaald. De compensatie is ook van toepassing op transitievergoedingen die tussen 1 april 2015 en 1 april 2020 zijn betaald.

Intussen proberen werknemers om via de rechter ontslag en betaling van de transitievergoeding af te dwingen. Zij stellen zich dan veelal op het standpunt dat de werkgever in strijd met goed werkgeverschap danwel ernstig verwijtbaar handelt door de arbeidsovereenkomst met de langdurig zieke werknemer niet te beëindigen. Daarbij wordt ook als argument gebruikt dat de werkgever geen financieel nadeel ondervindt van het ontslag omdat hij de transitievergoeding gecompenseerd krijgt. In enkele zaken kreeg de werknemer gelijk. Zo oordelen het Scheidsgerecht Gezondheidszorg (27 december 2018) en de kantonrechter in Den Haag (28 maart 2019) dat de werkgever op grond van goed werkgeverschap de arbeidsovereenkomst met de zieke werknemer moet opzeggen met betaling van de transitievergoeding. In beide zaken, waarin de werknemer overigens terminaal ziek was, werd overwogen dat de werkgever, mede gezien de Wet Compensatie Transitievergoeding, geen gerechtvaardigd belang had om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Recent zijn er echter uitspraken geweest van een kantonrechter in Almelo en twee rechters in Maastricht (op 3 april 2019 en 4 april 2019) die hebben beslist dat een werkgever niet kan worden verplicht om de arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer te beëindigen. De kantonrechter in Maastricht oordeelt in de uitspraak van 4 april 2019 dat een werkgever die het dienstverband met een zieke werknemer niet opzegt niet handelt in strijd met goed werkgeverschap. Daarbij merkt de rechter mijns inziens terecht op dat een werkgever wel degelijk belangen heeft om de arbeidsovereenkomst niet op te zeggen. Immers de werkgever kan pas vanaf 1 april 2020 de compensatie voor de betaalde transitievergoeding aanvragen zodat hij de transitievergoeding moet voorfinancieren. Bovendien wordt de compensatie betaald uit het Algemeen Werkloosheidsfonds dat wordt gefinancierd uit werkgeverspremies waardoor de compensatie (deels) een sigaar uit eigen doos is.

Door deze tegenstrijdige beslissingen is het voor werkgevers onduidelijk of zij het dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer slapend kunnen houden. De kantonrechter in Roermond heeft hierover recent (in een uitspraak van 10 april 2019) vragen gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad moet onder meer de vraag beantwoorden of een werkgever op grond van goed werkgeverschap gehouden kan zijn om akkoord te gaan met een voorstel van een langdurig zieke werknemer om het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen met betaling van de transitievergoeding.

De Hoge Raad zal die vragen naar verwachting binnen 6 tot 12 maanden beantwoorden. Tot dan zal het nog onzeker blijven of een arbeidsovereenkomst slapend mag worden gehouden.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 LinkedIn 0 0 Flares ×