Wet Franchise aangenomen door Eerste Kamer

0 Flares 0 Flares ×

1 juli 2020
De relatie tussen de franchisegever en franchisenemer is in Nederland niet in de wet geregeld. Dat gaat veranderen aangezien de Eerste Kamer op 30 juni 2020 de Wet Franchise heeft aangenomen. De nieuwe wet beoogt de positie van franchisenemers te versterken en zal naar verwachting al op 1 januari 2021 in werking treden. Franchisegevers mogen niet ten nadele van Nederlandse franchisenemers van de wet afwijken. De Wet Franchise heeft grote gevolgen voor franchisegevers en franchisenemers. Hieronder een overzicht van de gevolgen van de nieuw wet voor de franchisepraktijk.

1. Precontractuele informatieplichten

Tenminste vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst verstrekt de franchisegever de volgende informatie aan de beoogd franchisenemer:

  • Het definitieve concept van de franchiseovereenkomst met de bijlagen.
  • Een overzicht van voorschriften betreffende door de franchisenemer verschuldigde vergoedingen/financiële bijdragen of van hem verlangde investeringen.
  • Informatie over de wijze en frequentie van overleg tussen franchisegever en franchisenemer.
  • Informatie over de mate waarin en de wijze waarop de franchisegever in concurrentie kan treden met franchisenemer.
  • Informatie over de mate waarin, de frequentie en de wijze waarop de franchisenemer kennis kan nemen van omzetgerelateerde gegevens die voor zijn bedrijfsvoering van belang zijn.
  • Informatie over de financiële positie van de franchisegever (waaronder solvabiliteit).
  • De financiële gegevens met betrekking tot de beoogde locatie/vestiging van de franchisenemer, of indien dit niet voorhanden is, financiële gegevens met betrekking tot een of meer vergelijkbaar geachte franchiseondernemingen.
  • Alle overige informatie waarvan franchisegever weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst.

De franchisegever heeft overigens geen verplichting om aan de beoogd franchisenemer een omzetprognose te verstrekken.

De beoogd franchisenemer dient de franchisegever tijdig te informeren over zijn financiële positie, voor zover deze redelijkerwijs van belang is voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. De exploitatie van de franchiseformule vergt immers zowel voorafgaande aan als tijdens de franchiserelatie investeringen van de franchisenemer.

2. Standstill periode

Zoals hiervoor is toegelicht, dient de franchisegever de beoogd franchisenemer tenminste vier weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst informatie te verstrekken. Tijdens deze termijn van vier weken (standstill periode) mag de franchisegever geen franchiseovereenkomst of daarmee verbonden overeenkomst (zoals een huurovereenkomst) met de beoogd franchisenemer sluiten, met uitzondering van een geheimhoudingsovereenkomst. Bovendien mag de franchisegever het concept van de franchiseovereenkomst niet wijzigen en de beoogd franchisenemer niet aanzetten tot het doen van investeringen en betalingen.

3. Informatieverstrekking tijdens de looptijd van de overeenkomst

Tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst dient de franchisegever tijdig de nodige informatie te verschaffen omtrent (voorgenomen) handelingen van en ontwikkelingen bij de franchisegever. In verband hiermee moet de franchisegever de volgende informatie tijdig aan franchisenemer verstrekken:

  • Informatie over voorgenomen wijzigingen van de franchiseovereenkomst.
  • Informatie over de van franchisenemer verlangde investeringen.
  • Informatie over een besluit tot het gebruik door de franchisegever van een afgeleide formule (zoals bijvoorbeeld een webwinkel).
  • Informatie waaruit blijkt in hoeverre de financiële bijdrage of andere bijdragen van de franchisenemer de kosten van de franchisegever dekken. Het gaat hier bijvoorbeeld om marketingvergoedingen.
  • overige informatie waarvan de franchisegever weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze van belang is met het oog op het uitvoeren van de franchiseovereenkomst door de franchisenemer.

4. Bijstand en commerciële en technische ondersteuning verlenen

De franchisegever is verplicht om die bijstand en ondersteuning te verlenen die redelijkerwijs en in relatie tot aard en strekking van de franchiseformule verwacht mag worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bijstand in de vorm van uitleg over het te gebruiken kassasysteem, software of een specifieke startopleiding. Ook advisering en begeleiding bij commerciële problemen van de franchisenemer kan tot bijstand gerekend worden. Bij “hard franchise” mag meer bijstand van franchisegever worden verwacht dan bij “soft franchise”.

5. De franchiseovereenkomst

De Wet Franchise schrijft voor dat de volgende zaken in de franchiseovereenkomst moeten worden geregeld:

a. Goodwill
In de overeenkomst moet zijn vastgelegd op welke wijze wordt bepaald of goodwill aanwezig is in de onderneming. Tevens moet worden afgesproken op welke wijze de goodwill die toe te rekenen is aan de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst aan de franchisenemer wordt vergoed.

b. Non-concurrentiebeding na einde franchiseovereenkomst
De duur van een non-concurrentiebeding mag niet langer zijn dan een jaar na einde franchiseovereenkomst. En het non-concurrentiebeding mag slechts betrekking hebben op goederen of diensten die concurreren met de goederen of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking heeft.

c. Tussentijdse wijziging van de franchiseformule (instemming)
Als de franchisegever op grond van de franchiseovereenkomst de franchiseformule wil wijzigen of een afgeleide formule wil gaan exploiteren, waardoor franchisenemer wordt geconfronteerd met financiële gevolgen (bijvoorbeeld een investering of een hogere bijdrage), dan is in bepaalde gevallen toestemming nodig van de in Nederland gevestigde franchisenemers. De voorafgaande toestemming is alleen nodig als de financiële gevolgen een bepaald overeengekomen drempelbedrag in de franchiseovereenkomst overstijgen. Als geen drempelbedrag is overeengekomen dan is de voorafgaande instemming van de franchisenemers altijd (ongeacht de hoogte van de financiële gevolgen) vereist.

In de wet staat een overgangsregeling die bepaalt dat de hierboven beschreven voorschriften over goodwill, non-concurrentiebeding en instemming niet direct van toepassing zijn op franchiseovereenkomsten die vóór 1 januari 2021 zijn gesloten. Deze voorschriften worden pas twee jaar na 1 januari 2021 op die overeenkomsten van toepassing.

Conclusie

De Wet Franchise treedt vermoedelijk al op 1 januari 2021 in werking. Het is daarom zaak voor franchisegever en franchisenemer om ervoor te zorgen dat hun franchiseovereenkomst (en andere documenten zoals handboek) voldoet aan de nieuwe regels van de Wet Franchise.

Voor franchiseovereenkomsten die vóór 1 januari 2021 zijn gesloten, geldt een uitzondering voor bepaalde bepalingen (goodwill, non-concurrentiebeding en instemming) die pas twee jaar na inwerkingtreding van de nieuwe wet van kracht worden. Verder is het voor franchisegevers aan te raden om te inventariseren of alle informatie voor aspirant franchisenemers beschikbaar is.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 LinkedIn 0 0 Flares ×